Op vrijdag 5 oktober is het de internationale dag van de leraar!
We nemen een kijkje terug in de tijd naar het begin van dit mooie beroep in Tilburg.
In 1532 komt voor het eerst in een akte een aantekening voor die erop wijst dat er in die tijd in Tilburg een school was. Meer dan de naam van de schoolmeester is het niet: meester Deonis Goijart Aert Geldens van der Sprangh. Waar zijn school stond, weten we niet. Pas in 1569 wordt een ‘scole’ genoemd, die bij de kerk van het Heike stond. Deze werd de ‘hoofdschool’ genoemd. Tilburg was toen nog een verzameling van verschillende dorpskernen. Er ontstonden in die tijd ook schooltjes in bijvoorbeeld de kernen Hasselt en de Heikant. Van onderwijs zoals wij het kennen was geen sprake. Er was geen leerplicht en de meester gaf les aan alle leeftijden. Veel meer dan wat rekenen, schrijven, en godsdienst werd er niet geleerd. Wie echt aanleg had om te leren, en het geluk had dat zijn ouders het konden betalen, kreeg meestal privéles. Of je werd naar de zogenaamde Latijnse school gestuurd elders in Brabant of zelfs in Vlaanderen.
Het beroep van schoolmeester was vaak een bijbaantje. In 1592 bedroeg het jaarsalaris van een Tilburgse schoolmeester 46,50 gulden, ongeveer 20 euro, en dat was te weinig om van rond te komen. Soms had de schoolmeester enige bijzondere rechten. Zijn geit of koe mocht gratis grazen op het kerkhof. Als het slachttijd was (oktober/november) mocht hij van deur tot deur gaan om een portie van het slachtvlees op te vragen. Het echte beroep van de schoolmeester was koster, schoenmaker, klompenmaker, of zelfs bierbrouwer.
De echte doorbraak naar meer en beter lager onderwijs kwam in Tilburg op gang toen Joannes Zwijsen pastoor werd van de kerk van ’t Heike. Eén schoolmeester (die al 82 jaar oud was) en een ‘ondermeester’ gaven daar les aan liefst 180 kinderen. Zwijsen stelde orde op zaken met behulp van een nieuwe, jonge schoolmeester. Daarnaast probeerde hij veel kinderen die helemaal niet naar school gestuurd werden op een slimme manier te verplichten. Hij dreigde ermee dat kinderen die niet konden lezen en schrijven ook hun Eerste Heilige Communie niet mochten doen (de Eerste Communie deed men toen op 12-jarige leeftijd). Daardoor kwamen er inderdaad meer kinderen naar de zogenaamde zondagsschool, zodat ze toch enige mate van onderwijs genoten. Vooral kinderen die al in een fabriek werkten, bezochten de zondagsschool. Maar Zwijsen wilde meer. In 1832 startte hij de congregatie van de Zusters van Liefde met dertien nonnen die zich vooral bezig moesten houden met onderwijs aan arme meisjes, wat ze vanaf 1833 ook inderdaad deden. Daar bleef het niet bij. Al snel raakten de zusters betrokken bij alle vormen van onderwijs, armen- en ziekenzorg.
Hieronder zie je verschillende foto´s van de Zusters van Liefde voor de klas.
Tijdmachine Tilburg
Regionaal Archief Tilburg









